Collectie: Christine de Mianville

Groot door klein te blijven. Dat geldt zowel voor Mianville als voor het gebied Jasnières. Jasnières telt in totaal maar 70 hectare wijngaarden, waarvan het domein van Christine er 4 bezit. Jasnières ligt aan de oevers van de Loir-rivier — nee, dat is geen spelfout, maar daadwerkelijk een aftakking van de Loire. Het is het meest noordelijke gebied van de Loire voor Chenin Blanc, en bijzonder aan Jasnières is dat het slechts een kleine verzameling wijngaarden heeft die op de zuidelijke expositie staan. De omliggende wijngaarden worden dan Coteaux de Loir genoemd; eigenlijk een soortgelijk verhaal als Hermitage en Crozes-Hermitage. Christine en ondertussen ook haar zoon Camille specialiseren zich in een kleinschalige productie van natuurlijk gemaakte en lang opgevoede witte wijnen van Chenin Blanc. Al het werk wordt door mens of paard uitgevoerd, in harmonie met de natuur. 

Christine, die in Montpellier tot oenoloog werd opgeleid, vestigde zich in 1991 in de Loirevallei om er een gezin te stichten. In de jaren 2000 kwamen enkele wijngaardpercelen in hun bezit. Het gezin wijdde vervolgens veel energie aan de restauratie van 'La Loge de Courtoux', een historisch wijngaardhuisje dat ooit bij Château de La Gidonnière hoorde. Vandaag de dag is het huisje weer tot leven gekomen. Het staat in Lhomme, op de helling met uitzicht op het kasteel: een plek vol geschiedenis en verstilde schoonheid. 

De wijnstokken van het domein wortelen in een rijke geologische bodem, waar ondergronden van kalksteen, vuursteenrijke gronden (silex) en klei-kalkbodems met ijzerhoudende vuursteen samenkomen. Op deze bodems zorgt de diversiteit aan inheemse flora – met uiteenlopende wortelstelsels – voor een natuurlijk evenwicht dat nuttige organismen ondersteunt. Met respect voor dit evenwicht beperken zij hun ingrepen tot een minimum en werken zij op een behoedzame wijze, zodat de vruchtbaarheid en stabiliteit van de bodem behouden blijven. 

Het domein is opgebouwd rond vier afzonderlijke wijngaardpercelen, elk met een eigen geologische identiteit, wat resulteert in vier cuvées:

Dyane, Au pas de l’âne, Chant de Vigne en Les Côtières.

Vanaf de persing – die zo behoedzaam mogelijk verloopt – worden de wijnen met grote zorg behandeld en ondergaan ze een jarenlange rijping in de kelder, wat een trage en volledige fermentatie mogelijk maakt. Ze onderscheiden zich door hun spanning en zuiverheid, combineren gulheid met complexiteit en zijn stuk voor stuk wijnen die uitstekend kunnen ouderen. Zo worden wijnen dus ook pas laat vanuit het domein uitgebracht. Het staat haaks op de filosofie die vaker voorkomt in Jasnières. Ooit waren de wijnen, net als bij Christine, droog, oftewel volledig vergist. Echter, door de noordelijke ligging en de arme bodems krijgt de Chenin hier een extra hoge zuurgraad. Vanaf de jaren ‘90 gingen boeren wijnen tendre of demi-sec maken; dus de zuren verzachten met suiker. Christine heeft naar onze mening de route gekozen die bekend is vanuit Saumur. Langere rijping op hout (en bij voorkeur ook nog in de fles) om de zuren tot ontspanning te brengen.